Excursie Drentsche Aa

Woensdag 25 juni 2014

Voorbereid door Anneke, Siebe en Marry

 

 

 Inleiding

 Wie op de geografische kaart van Drenthe naar de Drentsche Aa zoekt komt bedrogen uit; die bestaat in deze provincie namelijk helemaal niet. Pas na de grens met Groningen wordt de verzameling van kleine beken - in Drenthe diepjes  genaamd – officieel de Drentsche Aa. Veel beter is dan ook de naam van Nationaal beek – en Esdorpenlanschap Drentsche Aa te gebruiken dat globaal begrensd wordt door de lijn Assen Gieten Glimmen. De velen diepjes die het stroomdal vormen dragen meestal de namen van de dorpen/gehuchten waar ze langs stromen. Zo vind je op de stafkaarten namen als Anloër Diep, Taarlosche Diep,en Oudemolensche Diep. Het stroomdal zoals het er nu bij ligt, is zonder meer één van de mooiste cultuurlandschappen van ons land. Naast de zeer waardevolle beekbegeleidende graslanden, voor een belangrijk deel in eigendom en beheer van Staatsbosbeheer, heeft het binnen zijn grenzen prachtige heide -  en bosgebieden. Vrijwel nergens in ons land zijn de overgangen van nat naar droog zo mooi en gaaf als in dit gebied. Ook cultuurhistorisch is het gebied zeer waardevol. De naar Nederlandse maatstaven nog gave esdorpen als Anderen, Rolde, Gasteren en Anloo met een mooi brink  ademen een eeuwenoude geschiedenis. Een meerdaagse cultuurhistorische excursie “ Van hunebed tot ligboxenstal” zou hier best te organiseren zijn, maar wij zullen ons ook deze keer maar weer primair richten op de natuurgebieden. Natuurlijk is het onmogelijk om in één dag het hele gebied te bekijken. Vooral omdat we midden in het vegetatieseizoen zitten zullen we ons meer richten op de vierkante meters botanisch grasland dan op de kilometers lange wandelpaden door het gebied, hoe mooi die ook mogen zijn.(Zie verder het programma).

 

S

in juni bloei ik

Het plan om de belangrijkste Drentsche beken met de begeleidende gronden als eenheid te beschermen stamt uit de jaren 50 van de vorige eeuw. Onder de bezielende leiding van Harrie de Vroome, landschapsconsulent van SBB, kreeg het idee om het nog gave  natuur en cultuurlandschap in noord Drenthe tot een samenhangend landschapspark in te richten en te beheren gestalte.  Omdat de landbouwers in die jaren massaal de natte beekgraslanden gingen verkopen kon vrij snel een grote oppervlakte aan botanisch waardevolle graslanden worden verworven. Begin jaren 70  werd echter duidelijk dat de op stapel staande grote ruilverkavelingen vooral in de bovenlopen van de  beken desastreus waren voor  de moeizaam verworven natuurgebieden langs de hoofdbeken. Aan de keukentafel van Steven en Anneke Stemerding in Anderen werd toen  de basis gelegd voor een actie voor aanpassing van die plannen. Het rapport “ Moet dit zo Doorgaan” was het resultaat en zette vooral  in  kringen van landbouw en provinciaal bestuur de zaak aardig op zijn kop . Naast dat dit actierapport uiteindelijk tot ( minimale) aanpassingen van de ruilverkavelingplannen leidde  was het in politiek De Haag wel het startsein om de hopeloos verouderde Ruilverkavelingwet te vervangen door een veel bredere Landinrichtingwet. Door vakkundig lobbywerk van  de boerenorganisaties enerzijds en de natuurbescherming met ieder hun eigen belangen heeft het proces van de overgang van ruilverkaveling naar landinrichting meer dan tien jaar gekost en in die periode zijn helaas in Nederland nog duizenden hectare waardevol cultuurlandschap op de schop gegaan met groot verlies aan natuur en landschap.

 

Geologie

In de voorlaatste ijstijd,het Schaliën, ontstonden de dalen van de drie noordelijke beken de Hunze, Drentsche Aa en Peizerdiep. De ijsmassa’s sleten de dalen van de beken uit en lieten er veel keileem achter. In de laatste ijstijd, het Weichselien,  kwam hier geen ijs maar bleef het bij een toendra met permafrost. In het grote toendra bekken – de Noordzee was toen ook land – blies de wind - veel wind -   over grote afstanden de droog gevroren grond, voornamelijk zand, over deze vlakte en verkleinde  het reliëf dat daarvoor veel groter was. Door de slecht doorlatende lagen in de diepere  ondergrond ontstond een zijwaartse afvoer van water dat als kwel in de beekdalen naar boven kwam. Hierdoor ontstonden de natte beekdalen die later door boeren in beheer werden genomen als grasland. Op de hoger gelegen gronden ontstonden daarnaast door een eeuwenlang landbouwkundig gebruik de bekende essen.

 

Beheer

De natte beekdalen werden door de boeren door middel van eenvoudige greppels oppervlakkig ontwaterd.  In combinatie met de kwel en het  jaarlijks maaien en afvoeren ontstond een specifieke vegetatie met veel ruimtelijke variatie. Iedere boer had z’n eigen stukje, maaide de vegetatie met de zeis en voerde het hooi af met paard en wagen of soms de kruiwagen. De beekbegeleidende gronden werden niet bemest , alle mest ging naar de hoger gelegen esgronden waar voornamelijk granen (rogge) werden verbouwd. Wel werden de graslanden  na het winnen van het hooi vaak nog beweid door jongvee. De wallen rond de hooilanden werden regelmatig gekapt voor boeren geriefhout zoals heiningpaaltjes en stelen voor gereedschap. Voor dat laatste werden vooral de essen gebruikt. Door de oppervlakkige afwatering en het jaarlijks maaien werd verruiging door  Pitrus en Riet voorkomen. Doordat in het algemeen vrij laat werd gemaaid konden de planten bloeien en zaad vormen. Ook de weidevogels vonden hier een ideale broedplaats. Afgezien van het soms rechttrekken van een meander werd aan het waterbeheer van de hoofdbeken eeuwenlang vrijwel niets gedaan.

Vanaf  1930 met de introductie van de kunstmest veranderde het landbouwkundig beheer geleidelijk. De economische crisis en daarna de tweede wereldoorlog  vertraagden het proces weliswaar maar na 1960 kwam de grote doorbraak en ging het eeuwenoude landbouwsysteem letterlijk en figuurlijk op de schop.  De grootschalige ruilverkavelingen in de begin jaren 70  vormen min of meer het sluitstuk van dit proces. Vooral in de bovenlopen van het bekenstelsel werden de beken “genormaliseerd” tot afvoergoten en verdwenen honderden meters houtwal voor de vergroting van de kavels. Toch was de landbouwkundige druk voor grootschalig ingrijpen in dit gebied minder groot dan bv. In Twente en Noord Brabant en lukte het hier beter om een belangrijk deel van het stroomgebied te behouden. Veel boeren hadden hier namelijk geen potentiële opvolger en schrokken van de financiële consequenties van de 30 jaar ruilverkavelingrente en verkochten op grote schaal de landbouwkundig “waardeloze” beekbegeleidende gronden aan SBB. Samen met nog een aantal maatregelen vormen deze nu de kern van het Nationaal park Stroom en Esdorpenlandschap.

 Het beheer van de vele boeren in het verleden had echter wel een heel andere sfeer dan het huidige beheer door SBB. Om het botanisch beheer van de honderden hectare beekbegeleidende gronden te kunnen realiseren is schaalvergroting  ook hier  onvermijdelijk.  De  charmante kromme greppels met de scheve afrasteringpaaltjes als perceel scheiding zijn verdwenen evenals de grote  differentiatie in het beheer (iedere boer deed het jarenlang  weer net even iets anders dan zijn buurman). Ook zijn veel solitaire bomen die het landschapsbeeld sterk bepaalden in de loop van de jaren dood gegaan en niet vervangen. Daar staat gelukkig tegenover dat door een goed beheer van de wallen en singels in het beheersgebied van SBB deze er goed bijstaan. De laatste jaren is mede in het kader van “Ruimte voor de rivieren” de waterstand in het hele bekensysteem  verhoogd. Hiervoor worden takken en stobben in de beeklopen gestort waardoor de afvoer wordt vertraagd.  Gevolg daarvan is wel dat een aantal zeer natte weilanden  uit het botanisch weilandbeheer moesten worden genomen en zijn verandert in rietland of verruigde pitrusvelden.

Ondanks alle inspanningen is het traditionele beheer met zeis en paardenkar veranderd in een veel  grootschaliger beheer met grote rupsvoertuigen waardoor  vooral in de nazomer veel paden  vrijwel onbegaanbaar zijn. Maar hoe dan ook er zijn hier nog vele botanische hoogstandjes in een schitterend cultuurlandschap en die gaan we tijdens de excursie opzoeken en koesteren.

 

 

 

Programma

9.45  uur

Verzamelen parkeerterrein Molensteeg bij Oudemolen. Van daar wandelen naar de SBB boerderij.  (zie routebeschrijving)

10.00 uur

Ontvangst met koffie/thee. Presentatie over het beheer van de SBB gronden door  Boswachter Kees van Son.

10.30 uur

Wandeling door het beekdal bij Oudemolen olv. Kees van Som. Onderweg Zwarte Rapunsel, Orchissen en misschien de Roggelelie. In het veld is er voldoende tijd om met Kees  van gedachten te wisselen over het beheer in het verleden, heden en de toekomst. De hele route is ongeveer 4 km. dus weinig lopen en heel veel kijken !

12.00 uur.

Terug bij de beheerboerderij. Daar is gelegenheid (buiten) om de meegnomen lunch te nuttigen. In de boerderij zijn toiletvoorzieningen die we mogen gebruiken.

13.00 uur.

Vertrek met de auto’s naar het ongeveer 3 km verder gelegen parkeerterrein  bij de Gasterense Duinen. Vandaar olv van Anneke een wandeling door dit gebied naar De Burgvallen met het prachtige Anloër Diepje. Het kan daar na een regenperiode erg nat zijn dus laarzen meenemen is geen overbodige luxe. Zij die deze wandeling te vermoeiend vinden kunnen met de sleutel van het huis van Anneke naar Gasteren rijden en in  haar huis/tuin de krant lezen.

Ongeveer 16.30 uur.

Vertrek naar De Herberg van Loon in Loon (ongeveer 10 km ZW van Gasteren). Hier een drankje en het diner. Er is keuze uit vlees,vis en vegetarisch. Graag bij opgave aangeven wat je keus is. Het twee gangen diner kost rond de €23,-

 

Route.

Neem op de A28 de afslag Assen  Noord. Volg richting Zeyen, Vries tot je in Ubbena komt. Daar, na een geel wokrestaurant, direct rechts richting  Oudemolen. De weg naar Oudemolen is niet breed en aan beide kanten staan bomen: opletten dus. In Oudemolen steek je het kruispunt over om even verder links de Molensteeg in te slaan. Het parkeerterrein ligt direct links van deze weg. Om bij de beheerboerderij van SBB te komen ga je links vanaf het parkeerterrein de Molensteeg op en bij een houten hek rechts de wei in (negeer het bord verboden toegang). Zo kom je op het erf van de SBB boerderij waar de boswachter ons ontvangt en de koffie klaar staat.

 

 

Overnachten.

Omdat Noord Drenthe voor de meesten van ons een ver weg bestemming is zullen een aantal wel de dag er voor naar deze regio trekken. Er zijn daar legio B&B en hotels die je makkelijk op Internet kunt vinden. Voor kampeerders is er een kleine camping in Tynaarlo.

Tuin en Kunst in Groningen.

In de week van de excursie is er in de provincie Groningen  voor de vierde keer de Tuin en Kunst tiendaagse. Over de hele provincie zijn dan veel particuliere tuinen toegankelijk en vooral bij de bekende Borgen zijn er  heel interessante exposities. Voor kunst en tuin liefhebbers zeker de moeite waard. Details kun je op internet vinden. Siebe en Marry zullen rond de excursie zeker een aantal dagen in noord Drenthe blijven en vandaar naar Groningen afreizen. Mocht je ook van de gelegenheid gebruik willen maken mogelijk valt er dan iets te combineren met andere woorden laat het bij het opgeven even weten.

Opgave.

Voor Woensdag 18  juni bij Siebe en Marry (netwerk in Gasteren is onbetrouwbaar): tel 0529-433934: E-mail salgra@hetnet.nl Ook vermelden of je vlees,vis of vegetarisch wilt eten.